• Onbepaalde tijd contract wordt de norm

Al enige tijd is het kabinet bezig met het verkleinen van de verschillen tussen vaste en flexibele arbeid. Zo is bijvoorbeeld in 2020 de Wet arbeidsmarkt in balans in werking getreden om de verschillen tussen vaste en flexibele contracten te verkleinen. Het kabinet wil toejuichen dat werkgevers sneller een vast contract aanbieden aan hun werknemers. Immers, bij flexibele contracten liggen de risico’s bij de werknemer. Werknemers moeten volgens het kabinet meer werk- en inkomenszekerheid ervaren. Flexibele overeenkomsten moeten niet gebruikt worden om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Het oproepcontract zoals wij dat nu kennen zal gelet hierop hoogstwaarschijnlijk verdwijnen, behalve voor scholieren en studenten.

  • Het kabinet wil echte zelfstandigen de ruimte geven en ondersteunen en schijnzelfstandigheid tegengaan

Wanneer blijkt dat er sprake is van schijnzelfstandigheid betekent dit dat de zzp’er feitelijk in loondienst is bij zijn opdrachtgever. Dit heeft allerlei fiscale en arbeidsrechtelijke gevolgen. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van schijnzelfstandigheid wordt voornamelijk gekeken naar de feitelijke situatie. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst indien sprake is van loon, persoonlijke arbeid en een gezagsverhouding. Voor veel partijen is het vaak nog een grijs gebied of er nu sprake is van schijnzelfstandigheid of niet (zie mijn blog ‘’Contractuele versus juridische werkelijkheid’’ voor meer informatie over dit onderwerp).  Het kabinet is van plan om de wet- en regelgeving rondom de gezagsverhouding te verduidelijken. Ook zal er een webmodule ‘beoordeling arbeidsrelaties’ worden ontwikkeld om de werkende en werkgevende te ondersteunen bij het verkrijgen van zoveel mogelijk duidelijkheid over de juiste kwalificatie van de overeenkomst.

 Naast de duidelijkheid die wordt gecreëerd over schijnzelfstandigheid, zal er ook worden gefocust op handhaving. Ook zal er hoogstwaarschijnlijk een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen komen, die zo wordt vormgegeven dat oneerlijke concurrentie en te grote inkomensrisico’s voor zelfstandigen worden voorkomen.

  • Misstanden in de uitzendsector zullen worden aangepakt

Er zal een certificeringsstelsel voor uitzendbureaus komen. Om een certificaat te verkrijgen en behouden, moeten uitleners aantonen dat zij voldoen aan de certificaatnormen. Inleners moeten aantonen dat zij met gecertificeerde bedrijven werken. De handhaving zal worden verbeterd op de uitzendsector. Daarnaast zal arbeidsuitbuiting en benadeling van onder andere arbeidsmigranten beter worden aangepakt door modernisering van het strafrecht.

  • Scholingsbudget voor mensen met minder onderwijs

Het kabinet zal een scholingsbudget beschikbaar stellen voor mensen die maximaal een mbo-diploma hebben op niveau 4.

  • Een arbeidscommissie voor kwetsbare groepen

Niet iedereen heef toegang tot het recht. Het is vaak een financiële drempel voor velen. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden voor het instellen van een arbeidscommissie. Deze commissie zal laagdrempelige ondersteuning bieden aan kwetsbare werknemers. Op die manier worden zij beter beschermd en kunnen zij hun recht halen.

  • Gelijke beloning

Vooruitlopend op een Europese richtlijn loontransparantie, gaat het kabinet de Nederlandse uitwerking van dit voorstel voorbereiden.

  • Stijging minimumloon

Het minimumloon stijgt op 1 januari 2023 met 10,15%. Om werken lonender te maken verhoogt het kabinet de arbeidskorting. Het kabinet trekt hiervoor 500 miljoen euro uit.

  • Compensatie van betaalde transitievergoedingen wegens ziekte

Deze treedt niet voor 1 januari 2024 in werking. Komende periode wordt verder onderzocht of inwerkingtreding op 1 januari 2024 mogelijk is. Kleine werkgevers kunnen al wel compensatie van betaalde transitievergoedingen wegens beëindiging van hun onderneming door overlijden of pensionering. 

  • Hervorming concurrentiebeding

Eind februari 2022 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. De minister heeft een onderzoek verricht naar het concurrentiebeding op de arbeidsmarkt. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het concurrentiebeding breed wordt ingezet, zonder dat daar noodzaak toe is. Eén op de drie werkgevers zou het concurrentiebeding slechts hanteren om de uitstroom van personeel te voorkomen. De uitkomst van dit onderzoek is volgens de minister aanleiding geweest voor het uitwerken van enkele beleidsopties.

Het gebruik van het concurrentiebeding blijkt zodanig breed dat het tot een ongerechtvaardigde beperking van de noodzakelijke arbeidsmobiliteit kan leiden.

Er zijn plannen om het concurrentiebeding aan banden te gaan leggen. Hierover zal naar waarschijnlijkheid in 2023 meer duidelijkheid komen.

  • Het wetsvoorstel waarmee het medisch advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de RIV-toets (toetsing van het re-integratieverslag), moet parlementair worden behandeld. Dit is op zijn vroegst mogelijk in 2023.

  • In 2023 ligt de AOW-leeftijd op 66 jaar en 10 maanden.

Heb je behoefte aan meer informatie over dit onderwerp? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen!