De incasso van facturen: het blijft een terugkerend probleem. Er is onder andere onduidelijkheid over het moment waarop bij een consument incassokosten in rekening kunnen worden gebracht. De Hoge Raad heeft hier op 25 november 2016 over geoordeeld. In deze blog geef ik een overzicht van de voorwaarden.

Verzuim en de 14-dagenbrief

Een schuldeiser heeft het recht om incassokosten in rekening te brengen als zijn schuldenaar ‘in verzuim is’. Meestal ontstaat verzuim doordat de schuldenaar niet binnen de betalingstermijn de factuur betaalt. De hoogte van deze incassokosten is vastgelegd in het zogenoemde Besluit Buitengerechtelijke Incassokosten (BIK).

  • In business-to-business-verhoudingen geldt dat de schuldenaar incassokosten verschuldigd is vanaf het moment van verzuim.
  • Als de schuldenaar een consument is, dan geldt een aanvullende eis: nadat het verzuim is ingetreden moet een aanmaning worden gestuurd waarin de consument veertien dagen de tijd krijgt om de vordering, zonder extra kosten, alsnog te betalen. Dit wordt de 14-dagen brief genoemd. Deze veertiendagenbrief moet ook vermelden wat de gevolgen zijn als betaling binnen deze termijn uitblijft.

Tot zover zijn de regels volstrekt duidelijk: na het verstrijken van de betalingstermijn en de veertiendagentermijn is de consument incassokosten verschuldigd.

Maar, wanneer vangt de veertiendagentermijn aan?

Tot de uitspraak van de Hoge Raad op 25 november 2016 gingen veel deurwaarders en incassobureaus er vanuit dat de veertiendagentermijn loopt vanaf de dag van de verzending van de brief. De aanmaning vermeldde dan dat betaling dient te geschieden “binnen veertien dagen na heden”.

De Hoge Raad oordeelde anders: de veertiendagentermijn vangt aan op het moment dat de brief bij de schuldenaar is bezorgd. De consument moet daadwerkelijk veertien dagen de tijd krijgen om alsnog te betalen. De standaard formulering zoals hiervoor genoemd is dan ook – als het een consument betreft – in strijd met de wet. In dat geval is de consument geen incassokosten verschuldigd.

Pas de 14-dagen brief aan!

In de veertiendagenbrief dien u de formulering van de termijn aan te passen. Schrijf bijvoorbeeld dat incassokosten verschuldigd worden indien niet betaald is “binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” of “binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd”.

Het is vervolgens aan de schuldeiser om te stellen en te bewijzen dat de schuldenaar de veertiendagenbrief heeft ontvangen. De schuldeiser zal moeten aantonen dat de brief is verzonden. De Hoge Raad geeft mee dat postbezorging op de tweede dag na verzending gebruikelijk is. Zekerheidshalve kan de brief aangetekend worden verzonden, de schuldenaar dient dan te tekenen voor ontvangst.

Tot slot

De Hoge Raad heeft met dit arrest de bescherming van de consument verder bevestigd. Bij de incasso van een vordering op een consument dient u rekening te houden met deze veertiendagentermijn.

Wilt u ondersteuning bij een incasso of meer weten over ondernemingsrecht? Neem gerust contact met ons op!

Bekijk hoe we werken

Deel dit verhaal, kies je kanaal!