Aansprakelijk voor vrijwilliger

De Hoge Raad heeft eind december 2017 geoordeeld dat werkgevers ook aansprakelijk kunnen zijn wanneer een vrijwilliger schade lijdt. In deze zaak ging het om een parochie die gebruik maakt van vrijwilligers voor kluswerkzaamheden. Een vrijwilliger uit het klusteam was bezig met het plaatsen van verlichting op het dak van de kerk. De vrijwilliger komt ten val en loopt ernstig letsel op. Hij stelt de parochie aansprakelijk voor de schade die hij heeft opgelopen.

 Juridisch kader

Op basis van artikel 7:658 BW geldt er een zorgplicht voor de werkgever voor de veiligheid van zijn werknemers. Deze zorgplicht geldt ook voor anderen die niet in dienst zijn zoals ingeleend personeel en uitzendkrachten. Artikel 7:658 lid 4 BW bepaalt het volgende:

“Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is (..) aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt.”

Het doel van deze wet is om bescherming te verlenen aan personen die zich, wat betreft de door de werkgever in acht te nemen zorgverplichtingen, in een met een werknemer vergelijkbare positie bevinden. Lange tijd speelde de vraag of vrijwilligers ook onder deze bescherming vallen. De Minister van SZW gaf enige tijd terug al aan dat dit het geval was. In deze zaak werd de vraag aan de Hoge Raad voorgelegd.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad bepaalt dat de parochie aansprakelijk is voor de schade van de vrijwilliger. Allereerst moet er worden gekeken of de werkzaamheden – vrijwillig of niet – plaatsvinden in de uitoefening van het beroep of bedrijf. Hierbij is van belang dat de werkzaamheden in opdracht van de parochie zijn verricht, feitelijk tot haar bedrijfsuitoefening behoorden en dat zij die werkzaamheden ook door haar eigen werknemers had kunnen laten verrichten.

In deze zaak kent de parochie een duidelijke structuur, de klusgroep was door de parochie opgericht en kwam maandelijks bijeen om de plannen te bespreken. Ook kreeg de parochie inkomsten binnen door dienstverlening bij huwelijksvoltrekkingen en uitvaartdiensten. Bovendien heeft de parochie enkele werknemers in dienst. Kortom, er is sprake van een bedrijfsuitoefening door de parochie.

Er is dus sprake van een bedrijf, maar behoort het plaatsen van verlichting op het dak van de kerk ook tot de bedrijfsuitoefening van de parochie? De parochie vond van niet. Haar taak is namelijk het belijden van het katholieke geloof. De rechter oordeelde echter dat het plaatsen van verlichting ondersteunende onderhoud- en reparatiewerkzaamheden waren ten behoeve van deze primaire taak. De verrichte werkzaamheden vonden dus plaats in de uitoefening van het bedrijf.

Vervolgens acht de Hoge Raad het van belang dat eigen werknemers de kluswerkzaamheden konden uitvoeren. Het feit dat de kluswerkzaamheden van de vrijwilliger nooit door de werknemers van de parochie zouden zijn uitgevoerd is niet belangrijk. De keuze van de werkgever om het werk door werknemers of door anderen te laten uitvoeren, mag namelijk geen verschil maken voor de rechtspositie.

Tot slot; aansprakelijkheid

Uit deze uitspraak blijkt dat verenigingen en stichtingen die werkzaamheden laten uitvoeren door (klus)vrijwilligers aansprakelijk kunnen zijn wanneer de vrijwilliger schade oploopt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De werkgever kan dit voorkomen door een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Wel is het hierbij noodzakelijk dat de vereniging of stichting een bedrijf uitoefent. Per geval wordt dit beoordeeld. Dit is bijvoorbeeld anders bij een scoutingvereniging die volledig uit leden bestaat.

Heb je vragen over de werkgeversaansprakelijkheid of wil je duidelijkheid of er bij jou sprake is van ‘bedrijfsuitoefening’? Bel of mail me gerust met jouw vraag 0412-649109 of bvanzandvoort@zandvoort-legal.nl .

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Neem contact met ons op
Bekijk hoe we werken

Deel dit verhaal, kies je kanaal!